De sleutel tot succes ligt bij de leerkrachten

Tom & LeanderOnderwijsstiching MOVARE defineert ICT-basisfaciliteiten scholen

Bij onderwijsstichting MOVARE in Limburg hebben ze behoefte aan een dashboard dat de leerlingresultaten integraal ontsluit. Tom Janssen, ICT-adviseur en belast met het onderwijsleerpakket: “Basispoort doet dit al wel met software, maar wij zouden ook graag een portaal hebben waarin we alle scores van de leerlingen in een keer kunnen zien. Leerkrachten kunnen dan sneller inspelen op veranderingen in resultaten en bijvoorbeeld verdiepingssoftware aanbieden.” Volgens Tom en zijn collega Leander Versleijen, Adviseur Informatisering en Automatisering, sluit zo’n portaal aan bij het leren van de toekomst, waarin onderwijs op maat voor iedere leerling centraal zal staan.

 

De scholen behorend tot Onderwijsstichting MOVARE hebben samen 12.000 leerlingen (van 65 tot 400 leerlingen per school), 1200 personeelsleden, 2740 werkplekken en 52 BRIN-nummers. Leander: “Ik heb een breed takenpakket. Het loopt van software, het beheren van data, tot en met het monitoren van het netwerkbeheer dat we via aanbesteding hebben uitbesteed aan een landelijke partij.”

De ICT-vaardige leerkracht
De keuze voor apparatuur maken de scholen zelf. De afdeling ICT van Movare faciliteert en zorgt dat software en educatieve applicaties op ieder apparaat werken. Met in totaal 450 digiborden is de dekking 82%. De scholen bepalen op grond van hun onderwijskundige visie hoeveel digiborden ze aanschaffen en zijn verplicht leerkrachten die ermee werken hiervoor te scholen. Leander: “Wij zien echter dat veel scholen besluiten om in kleutergroepen geen digiborden te installeren. De scholen bepalen ook zelf wat de verhouding device/ leerling is. Wij geven wel aan wat de gevolgen van de keuzes voor het netwerk zijn. Zowel met 1:8 als met 1:2 kun je prachtig digitaal onderwijs geven en de kerndoelen halen.” Bij MOVARE merken ze dat de sleutel tot het succes van ICT in de klas bij de leerkrachten ligt. Leander: “Dit heeft te maken met affiniteit, vaardigheden en competenties. Docenten die zich niet zo vaardig voelen, zetten ICT minder in.” Dit kan nadelen hebben voor leerlingen, als ze overgaan naar een groep met een minder ICT-vaardige leerkracht en dus ineens heel anders moeten gaan leren. Tom nuanceert: “Maar er is nooit objectief vastgesteld of ICT zorgt voor beter onderwijs en wat de invloed is op het leerrendement. Dat zou ik wel graag weten.”

Gepersonaliseerd leren
Hoe zit het met de hoeveelheid hardware en capaciteit van het netwerk bij deze Limburgse onderwijsstichting? Leander: “Op dit moment hebben we voldoende capaciteit. De komende 5 jaar zal het gepersonaliseerd onderwijs zich verder gaan ontwikkelen. Als onze leerlingen meer met personal devices gaan werken dan is er bijvoorbeeld een wifi-netwerk nodig. Slechts een handjevol scholen waar ze op laptops door de hele school heen werken, hebben dit.” MOVARE zal ook veel randvoorwaarden aan moeten passen om mee te kunnen in het gepersonaliseerd leren. Leander: “Zaken als de veiligheid van het netwerk en log in-gegevens en de beschikbaarheid van data worden steeds belangrijker. Hoe richten we ons netwerk in? Wat doen gemeenten met de verzekeringen? Mobiele devices zijn immers eenvoudig te stelen. En stel dat we voor alle scholen wifi aan zouden kunnen leggen, willen we dat dan wel? Wifi moet vooral een educatieve meerwaarde bieden en komt er niet alleen voor leerkrachten die geen internetbundel hebben.”

‘Eén standaard voor browsers’
Gepersonaliseerd onderwijs lijkt perfect te passen bij tablets, maar in de praktijk is het lastig om educatieve software van verschillende uitgeverijen erop te gebruiken. Leander: “De een ontwikkelt software met Flash, de ander met Java of HTML 5. Het zou voor het volledige onderwijs een enorme toegevoegde waarde zijn als er een standaard zou komen voor alle educatieve uitgeverijen, ook in browsers en devices.” Leander en Tom vinden dan ook niet dat de uitgeverijen voldoende innovatief zijn. Leander: “Dit zijn ze in beperkte mate. Ik begrijp dat de ontwikkeling van software en portals tijd en geld kost, maar praat meer met het werkveld om te zien waar de wensen en behoeften liggen. En praat met verschillende lagen. Geef IB’ers uitleg over remediërende software. Zij zitten bijvoorbeeld met het volgende: als ze een OPP of zorgplan willen maken voor een leerling dan moeten ze in ieder softwarepakket de leerling opzoeken. Dit kan veel efficiënter. Praat ook met bovenschools ICT-coördinatoren over de ontwikkeling van software, daar hebben we behoefte aan.” Het werken met verschillende soorten software zorgt bij MOVARE ook voor frustraties. Leander: “De ene uitgeverij installeert software lokaal, de ander in de Cloud. Dus zaken koppelen is onmogelijk.” Tom: “Het eigenaarschap van data is ook een kwestie waar we ons zorgen om maken. Waar staan de data van onze leerlingen, in de Cloud of op de server van de uitgeverijen? Van wie is deze data en wie mag er wat mee doen?”

‘Kiezen voor leerkrachtbehoud’
Uiteraard hebben de ICT’ers ook nog wel iets te wensen waar het hard- en software betreft. “Een leerportaal waarop leerlingen hun eigen portfolio kunnen presenteren, communities waarin leerkrachten met elkaar in gesprek kunnen gaan, een database met daarin ervaringen van softwaregebruikers”, somt Leander op. Meer devices zou hij ook graag faciliteren, maar daar heeft de stichting nu geen geld voor. “We zitten in een krimpregio dus ontvangen ieder jaar minder geld. Als we dan moet kiezen tussen 1 fte ontslaan of iedere school een pc minder geven dan kiezen we voor leerkrachtbehoud.”